Asielzoekers mogen voortaan langer werken dan 24 weken en hebben in bepaalde gevallen recht op een WW-uitkering

Asielzoekers hebben in principe een tewerkstellingsvergunning nodig om in Nederland te mogen werken. In het verleden werd een tewerkstellingsvergunning door het UWV afgewezen, indien de asielzoeker langer zou gaan werken dan 24 weken binnen tijdsbestek van 52 weken.

De Raad van State, de hoogste bestuursrechter in Nederland, heeft op 29 november 2023 beslist dat het stellen van de eis van 24 weken in strijd is met de Europese Opvangrichtlijn. Dat is een EU-richtlijn die het de lidstaten, waaronder dus Nederland, verplicht om het voor asielzoekers die langer dan 9 maanden geleden een asielverzoek hebben ingediend mogelijk te maken dat zij onbelemmerde toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Nederland hanteert hiervoor overigens een termijn van zes maanden.

Uitgaande van de eis van 24 weken, zou het voor een asielzoeker onmogelijk zijn om in de overige 28 weken van de tijdspanne van 52 weken te werken, en dat zou een onaanvaardbare beperking zijn  van zijn recht op toegang tot de arbeidsmarkt, zo heeft de Raad van State uitgemaakt.

Deze uitspraak van de hoogste bestuursrechter betekent dus dat het UWV een tewerkstellingsvergunning niet meer mag weigeren aangezien een asielzoeker al 24 weken heeft gewerkt binnen een tijdspanne van 52 weken. Dat geeft dus meer zekerheid voor asielzoekers, maar ook voor werkgevers die toch vaak op zoek zijn naar medewerkers die voor langere tijd kunnen werken.

Ook betekent het dat een asielzoeker indien hij aan de eisen van de WW voldoet in aanmerking kan komen voor een WW-uitkering na ontslag of het niet verlengen van een tijdelijke arbeidsovereenkomst. Aan de referteperiode waarbij in de 36 weken voorafgaande aan het ontslag 26 weken moet zijn gewerkt, zou nu voldaan kunnen worden. Indien de asielaanvraag wordt afgewezen bestaat dit recht op WW overigens niet meer.

Vanaf 6 april 2020 kunnen ondernemers met personeel een beroep doen op de NOW-regeling. Welke voordelen levert dat op en waar moet u op letten?

Corona-crisis

De overheid heeft onlangs de NOW-regeling ingevoerd in verband met de corona-crisis. De gedachte is dat wat werkgevers nu overkomt (een omzetdaling als gevolg van corona) niet meer tot het normale bedrijfsrisico behoort en geprobeerd moet worden om baanverlies te voorkomen.

De NOW-regeling

Als over een aaneengesloten periode van drie maanden (in de periode maart 2020 tot en met juli 2020) de omzet met minstens 20% daalt als gevolg van het overheidsingrijpen wegens corona, kan de werkgever een beroep doen op de NOW-regeling. De werkgever krijgt, als het beroep wordt goedgekeurd, een subsidie voor de loonkosten in de periode maart 2020 tot en met mei 2020. Ook de loonkosten van flexwerkers vallen hieronder.

Misschien wordt de NOW-regeling na mei 2020 verlengd met een tweede periode, dat is nog niet zeker.

De subsidie is maximaal 90% van de loonsom over de drie bedoelde maanden. De werkgever dient zelf dus nog altijd minimaal 10% te betalen. Het loon wordt dus niet volledig gesubsidieerd. Er wordt wel een opslag van 30% betaald voor werkgeverslasten (dat zijn bijvoorbeeld vakantiegeld en pensioenpremie).

De maximale subsidie geldt bij een omzetdaling van 100%. Als de omzetdaling minder is, wordt de subsidie evenredig lager. Bij bijvoorbeeld een omzetdaling van 50%, geldt een subsidie van 45%. Bij bijvoorbeeld een omzetdaling van 25 %, geldt een subsidie van 22,5%.

De omzetdaling wordt gemeten door de omzetdaling in de bedoelde drie maanden te vergelijken met de omzet in het kalenderjaar 2019 gedeeld door vier. De voorwaarde voor de tegemoetkoming is dat gedurende een periode van drie aaneengesloten maanden er sprake is van een omzetverlies van minimaal 20%. Deze periode hoeft niet altijd te beginnen op 1 maart 2020. Er kan namelijk worden gekozen uit omzetverlies vanaf 1 maart 2020, 1 april 2020 of 1 mei 2020.

Na de aanvraag zal in principe snel een voorschot worden verstrekt van 80% van de subsidie, mits positief wordt beslist op de aanvraag door het UWV. Dat voorschot wordt in drie termijnen betaald, de eerste in principe binnen twee tot vier weken. De definitieve beslissing op de aanvraag om in aanmerking ten komen voor de NOW-regeling zal binnen 13 weken worden genomen.

Uiteindelijk dient binnen 24 weken na de periode waarover de NOW-subsidie is toegekend nog te worden verzocht om een zogenaamde “vaststelling” van de subsidie. In bepaalde gevallen zal dan een accountantsverklaring nodig zijn. Als uiteindelijk blijkt dat de verleende subsidie te hoog was, zal er sprake zijn van een terugbetaling. Als de subsidie te laag blijkt te zijn, dan volgt er nog een nabetaling.

Belangrijke voorwaarden om in aanmerking te komen voor de NOW-regeling

Naast een aantal specifieke voorwaarden zijn de twee belangrijkste voorwaarden voor de NOW-regeling:

  • De werkgever moet proberen de loonsom zoveel mogelijk gelijk te houden;
  • Er mag vanaf 18 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 voor de betreffende medewerkers geen vergunning voor ontslag wegens bedrijfseconomische redenen worden aangevraagd.

Waarom zou u als werkgever een beroep doen op de NOW-regeling?

Ten eerste kan daarmee ontslag van werknemers worden voorkomen. Daarmee wordt niet alleen de instroom in de WW voorkomen en geeft het werknemers baanzekerheid, maar ook blijft arbeidscapaciteit, ervaring en -expertise voor uw bedrijf behouden. Dat is belangrijk. Vaak moeten nieuwe medewerkers eerst ervaring en kennis opdoen en dat kost tijd.

Als de werknemer onverhoopt ziek uit dienst zou gaan en u bent eigen risicodrager, komen er financiële verplichtingen bij. Ook bestaan er dan nog reintegratieverplichtingen.

Als medewerkers vooralsnog niet hoeven te worden ontslagen, wordt u geen transitievergoeding verschuldigd.

Tips

  • Via de UWV-website kan vanaf 6 april 2020 een subsidieaanvraag op grond van de NOW-regeling worden gedaan.
  • Indien u al een WTV-aanvraag hebt ingediend en daarop is nog niet beslist, wordt die automatisch omgezet in een subsidieaanvraag op gerond van de NOW. U krijgt dan een termijn van vier weken om de aanvraag aan te vullen met de vereiste gegevens die op grond van de NOW moeten worden aangeleverd.
  • Dien de subsidieaanvraag in vóór 31 mei 2020. Daarna is dat in principe niet meer mogelijk.
  • Dien per loonheffingennummer, als er meerdere zijn, een aanvraag in.
  • Als sprake is van een groep (bijvoorbeeld meerdere B.V.’s die met elkaar verbonden zijn), moeten de gegevens van de omzetdaling en de periode waarin die naar verwachting plaatsvindt van de groep als geheel worden doorgegeven. Wel moet voor elk loonheffingennummer een aparte aanvraag worden ingediend.
  • Vermeld de verwachte omzetdaling in hele procenten (afgerond naar boven) en ook in welke periode de omzetdaling wordt verwacht.
  • Als u subsidie ontvangt op grond van de NOW en er is een ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging ingesteld, informeer deze dan. Als daar geen sprake van is, moet u het personeel informeren.
  • Als u een loonkostensubsidie ontvangt op grond  van de Participatiewet, moet u de gemeente informeren over de subsidie.
  • Indien u een beschikking ontvangst van het UWV waarmee u het niet eens bent, bijvoorbeeld een afwijzing of wijziging, maak dan schriftelijk gemotiveerd bezwaar binnen 6 weken na datum beschikking. Daarna is dat niet meer mogelijk. Laat u hierin bijstaan.
  • Bewaar administratie die verband houdt met de subsidieverlening goed. U bent verplicht zo nodig tot vijf jaar na subsidievaststelling inzage in de administratie te kunnen verlenen voor controledoeleinden. Ook hebt u een inlichtingenplicht als blijkt dat de subsidie moet worden ingetrokken of gewijzigd of als er op andere wijze gevolgen zijn voor de vaststelling.

Vragen, bijstand of bezwaar maken?

De hiervoor gegeven tips zijn niet-limitatief. Uiteraard kent de NOW-regeling veel specifieke voorwaarden.

Als u vragen hebt ,ondersteuning nodig hebt of u wilt bezwaar maken, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Vanaf 1 april 2020 kan een beroep worden gedaan op de compensatieregeling transitievergoeding. Wat betekent dat voor werkgevers?

Inleiding

Als een werknemer wordt ontslagen dan heeft hij in principe recht op een transitievergoeding. De hoogte van de transitievergoeding is onder meer afhankelijk van de duur van het dienstverband, de leeftijd van de werknemer en de hoogte van het inkomen. Sinds 1 januari 2020 hoeft een werknemer niet meer minimaal twee jaar in dienst te zijn, wil hij bij ontslag in aanmerking kunnen komen voor een transitievergoeding. Het aangaan van een beëindigings- oftewel vaststellingsovereenkomst wordt in dit opzicht gelijkgesteld met ontslag.

Slapende dienstverbanden

Als een werknemer langer dan twee jaar ziek is, heeft de werkgever niet meer de plicht om het loon door te betalen. Die verplichting vervalt dan (tenzij bijvoorbeeld sprake is van een loonsanctie opgelegd door het UWV). In het verleden lieten werkgevers dergelijke dienstverbanden dan in stand. Oftewel de werknemer werd niet ontslagen (ook niet door middel van een vaststellingsovereenkomst). Dan hoefde de werkgever namelijk geen transitievergoeding te betalen aan de werknemer. Over deze situatie werden procedures gevoerd bij de rechtbank, aangezien werknemers dat onrechtvaardig vonden.

Compensatieregeling transitievergoeding

De wetgever vond de ontstane situatie van de slapende dienstverbanden en de handhaving daarvan door werkgevers ook onredelijk en heeft de compensatieregeling ingevoerd die dus op 1 april 2020 in werking treedt. Daarmee wil de wetgever de werkgevers ook tegemoet komen in de kosten die voor hen ontstaan als zij na twee jaar alsnog moeten overgaan tot ontslag en een transitievergoeding aan de werknemer moeten betalen.

Uitspraak van de hoogste rechter

Eind 2019 heeft de hoogste rechter in Nederland, de Hoge Raad, uitgemaakt dat het niet is toegestaan voor een werkgever om niet mee te werken aan ontslag door middel van een vaststellingsovereenkomst, als de werknemer dat wil, terwijl de werkgever een beroep kan doen op de compensatieregeling.

Wat houdt de compensatieregeling nu eigenlijk in?

Werkgevers kunnen bij het UWV vanaf 1 april 2020 een verzoek doen om vergoeding van de kosten van betaalde transitievergoedingen (tot een bepaalde maximum) na een periode van twee jaar ziekte, mits de beëindiging van het dienstverband op of na 1 juli 2015 heeft plaatsgevonden.

Om in aanmerking te komen voor de compensatie gelden de volgende voorwaarden:

  • de werknemer is ontslagen wegens langdurige ziekte (en was bij einde dienstverband nog ziek);
  • de werknemer had wettelijk gezien recht op een transitievergoeding;
  • de werkgever heeft de transitievergoeding ook betaald aan de werknemer.

Werkgevers moeten deze voorwaarden kunnen aantonen. Denk bijvoorbeeld aan:

  • de ontslagvergunning van het UWV of de ontbindingsbeschikking van de rechter;
  • de beëindigingsovereenkomst (vaststellingsovereenkomst), als het een ontslag met wederzijds goedvinden was. Uit de beëindigingsovereenkomst moet blijken dat de werknemer is ontslagen wegens langdurige ziekte;
  • gegevens die zijn gebruikt om de hoogte van de transitievergoeding te berekenen. Bijvoorbeeld documenten die aantonen hoe hoog het bruto maandsalaris was en hoe lang het dienstverband heeft geduurd;
  • een bewijs dat de transitievergoeding is betaald, bijvoorbeeld een bankafschrift.

De corona-crisis heeft geen invloed op de regeling compensatie transitievergoeding.

Het indienen van een aanvraag is mogelijk tot en met 30 september 2020, als de transitievergoeding volledig betaald is voor 1 april 2020. Als de transitievergoeding volledig is betaald op of na 1 april 2020, dan moet de aanvraag binnen zes maanden worden gedaan na de betaling. Het UWV moet binnen een bepaalde termijn een beslissing nemen.

Wilt u hulp of hebt u vragen?

Als u een vaststellingsovereenkomst wilt sluiten en/of een beroep wilt doen op de compensatieregeling, of u bent het niet eens met een beslissing van het UWV en u hebt vragen of wilt bijstand, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Door de corona-crisis daalt de omzet voor veel bedrijven drastisch of er wordt helemaal geen omzet meer gemaakt! Maar de huur van het bedrijfspand loopt door. Kan de ondernemer een beroep doen op onvoorziene omstandigheden?

Inleiding

Door het corona-virus is de economie voor een groot deel tot stilstand gekomen. Alle eet- en drinkgelegenheden, sport- en fitnessclubs, sauna’s en coffeeshops zijn voorlopig gesloten. Bijeenkomsten met meer dan 100 personen worden in heel Nederland afgelast. Dat geldt ook voor publieke locaties zoals musea, concertzalen, theaters, sportclubs en sportwedstrijden. Misschien gaat  de overheid nog verdergaande maatregelen treffen de komende tijd.

Onzekerheid voor ondernemers

Er is voor ondernemers nu veel onzekerheid. De omzet is gekelderd, of is volledig weggevallen, terwijl financiële verplichtingen zoals de huur van het bedrijfspand gewoon doorlopen. Verhuurders weten niet of zij de huur nog wel betaald krijgen. Voor huurders is onzeker of zij de huur nog wel kunnen betalen. Als deze situatie lang duurt, kan dat uitmonden in faillissementen met alle nadelige gevolgen van dien. Bedrijfskapitaal wordt vernietigd en personeel komt op straat te staan.

Onvoorziene omstandigheden

Het is duidelijk dat door de corona-crisis sprake is van onvoorziene omstandigheden. Deze crisis en in het bijzonder de overheidsmaatregelen die zijn getroffen, en daardoor de negatieve impact op de omzet, kon niet worden voorzien toen de huurovereenkomst voor het bedrijfspand werd aangegaan.

Wettelijke bepaling

De wet kent een bepaling die gaat over onvoorziene omstandigheden. Deze bepaling houdt in dat de rechter kan worden gevraagd om gehele of gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst of aanpassing van de overeenkomst. Vaak wordt, voordat een procedure op grond van deze wettelijke bepaling wordt gestart, eerst geprobeerd om tot onderlinge overeenstemming te komen. Lukt dat niet, dan zou dus de rechter kunnen worden ingeschakeld.

Wat moeten ondernemers doen die huren en de huur niet kunnen voldoen?

Ten eerste, niet te lang wachten! Belangrijk is om in gesprek te gaan met de verhuurder en samen te zoeken naar een oplossing. Misschien is de verhuurder wel bereid om uitstel van betaling te verlenen of om een betalingsregeling te treffen. Misschien is de ondernemer wel gebaat bij kwijtschelding van een deel van de huur of verlaging van de huurprijs. Belangrijk is ook om als een onderlinge oplossing kan worden gevonden, deze vast te leggen in een zogenaamde vaststellingsovereenkomst. Schakel daarvoor een jurist in.

Indien onderling geen oplossing gevonden kan worden, kan worden overwogen om een procedure te starten. Eventueel een kort geding, als het noodzakelijk is dat op korte termijn een voorlopige uitspraak van de rechter wordt gekregen.

Vragen of hulp nodig?

Hebt u vragen of wilt u bijstand, neem dan contact op met Boudewijn Advocatuur. 

Boudewijn van Orsouw

Er dreigt een betalingsachterstand door het corona-virus. Wat kunt u als ondernemer doen?

Inleiding

Door het corona-virus is de economie voor een groot deel tot stilstand gekomen. Goederen en diensten worden niet of veel minder afgenomen of er kan niet worden geproduceerd en daardoor komt er (aanzienlijk) minder omzet binnen. De (bedrijfs)kosten lopen meestal door. Ondernemers kunnen meestal niet zomaar de huur beëindigen, het salaris niet meer aan het personeel uitbetalen of de BTW niet meer afdragen.

De huidige situatie kan veel ondernemers in ernstige moeilijkheden brengen. Het is voor die ondernemers van belang om zo snel mogelijk actie te ondernemen.

Er is een aantal zaken dat u kunt doen.

Neem contact op met de schuldeiser. Leg de situatie uit en vraag om uitstel van betaling of een betalingsregeling. Veel schuldeisers zullen hiermee instemmen. Zij snappen ook wel dat het doorgaans weinig zin zal hebben om eventuele incassomaatregelen te treffen als de financiële middelen er niet zijn.

Controleer de voorwaarden van uw overeenkomst. Vaak bevatten die bepalingen over overmacht en dergelijke waar u zich misschien gebruik van kunt maken zodat u financieel voordeliger uit bent.

Stel een wijziging van de overeenkomst voor aan de schuldeiser zodat u financieel beter af bent. De schuldeiser moet dan wel meewerken. Leg de gemaakte afspraak schriftelijk vast, zodat later geen bewijsproblemen ontstaan.

Soms kan in een procedure aan de rechter worden gevraagd om aanpassing van de overeenkomst vanwege onvoorziene omstandigheden, namelijk de corona-crisis, als de schuldeiser daaraan niet vrijwillig meewerkt.

U zou, als de situatie het toelaat, aan opzegging van de overeenkomst kunnen denken. Daarmee eindigt de overeenkomst dus wel en al ontstane betalingsverplichtingen zullen daardoor niet verdwijnen. U voorkomt echter verder oplopende schulden. Uiteraard moet opzegging van de overeenkomst bedrijfsmatig maar ook juridisch gezien wel mogelijk en verstandig zijn.

U kan proberen een (overbruggings)krediet af te sluiten bij een financiële instelling zoals een bank. Dan hebt u weer financiële middelen waarmee betalingsverplichtingen kunnen worden nagekomen. Uiteraard betekent een krediet wel dat het vroeg of laat moet worden terugbetaald.

Als u tijdelijk weinig inkomsten hebt kunt u soms een BBZ-uitkering aanvragen bij uw gemeente. “BBZ” staat voor Besluit bijstandverlening Zelfstandigen. Er kan dan worden verzocht om een periodieke uitkering of een bedrijfskrediet.

Als meerdere schulden niet kunnen worden nagekomen, zou u een akkoord kunnen aanbieden aan uw schuldeisers. Als alle schuldeisers bereid zijn om daaraan mee te werken, dat wil zeggen genoegen te nemen met een bepaald (beperkt) percentage van hun schuld, waarbij het overige deel wordt kwijtgescholden, komt zo’n akkoord tot stand. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. Als één of enkele schuldeisers niet meewerken, kunnen ze soms trouwens toch worden verplicht om dat wel te doen. Een rechter zou dan kunnen vinden dat zij door niet mee te werken onrechtmatig handelen.

Als sprake is van meerdere schulden kan ook aan het indienen bij de rechtbank van een verzoek om verlening van surseance van betaling worden gedacht. Hiervoor hebt u een advocaat nodig. Als de rechter daarin meegaat hoeven bepaalde schulden tijdelijk niet te worden betaald. Er gelden wel toelatingscriteria en u kunt niet meer zomaar zelfstandig beschikken over uw bedrijfsvermogen. Dat zal u samen met een aan te stellen bewindvoerder moeten doen. Ook kan surseance van betaling in bepaalde gevallen leiden tot een faillissement.

De regering heeft per 17 maart 2020 onder meer nog de volgende maatregelen getroffen waarvan u misschien gebruik kunt maken

Voor ondernemers met personeel bestaat de mogelijkheid om gebruik te maken van de maatregel Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid. Deze vervangt op dit moment de voormalige regeling Werktijdverkorting. Het verzoek wordt ingediend bij het UWV en als het wordt toegekend kan het UWV een bijdrage leveren aan de loonkosten. De hoogte van die bijdrage is afhankelijk van het omzetverlies gerekend vanaf 1 maart 2020. Er kan ook een voorschot worden gevraagd bij het UWV. De toekenning gebeurt voor 3 maanden en kan met nog eens 3 maanden worden verlengd.

Voor ondernemers die met hun inkomen onder het sociaal minimum komen, kan via de gemeente een beroep worden gedaan op een aanvullende bijstandsregeling. Gedurende een beperkte periode, 3 maanden, wordt het inkomen dan aangevuld tot het sociaal minimum. Hierbij geldt een vereenvoudigde toetsing en de ontvangen bijstand hoeft niet te worden terugbetaald. Ook kan onder deze regeling worden gekozen voor een bedrijfskrediet met een verlaagd rentepercentage.

Er kan gemakkelijker uitstel van betaling van bepaalde belastingen worden aangevraagd. Verzuimboetes wegens te laat betalen hoeven (onder bepaalde voorwaarden) niet meer te worden betaald. De invorderingsrente wordt verlaagd.

De regeling Borgstelling MKB-kredieten wordt per 16 maart 2020 uitgebreid. Dit is een regeling waarbij de overheid onder bepaalde voorwaarden voor ondernemers borg kan staan, waardoor gemakkelijker (bedrijfs)kredieten kunnen worden verkregen.

Sommige sectoren van de economie die bijzonder worden getroffen zullen door specifieke nog af te kondigen maatregelen worden geholpen.

Vragen of hulp nodig?

Hebt u vragen of wilt u bijstand, neem dan contact op met Boudewijn Advocatuur. 

Boudewijn van Orsouw

Als een overeenkomst niet wordt nagekomen door de corona-pandemie, levert dat dan overmacht op?

Het corona-virus

De Wereldgezondheidsorganisatie heeft bekend gemaakt dat momenteel sprake is van een pandemie. Er is sprake van besmetting van een groot aantal mensen in 114 landen, inmiddels zo’n 118.000(!) En er is ook al een flink aantal doden te betreuren (meer dan 4.000). Op 12 en 15 maart 2020 heeft de regering een aantal maatregelen afgekondigd om verdere verspreiding van het corona-virus zoveel mogelijk tegen te gaan.

Afgekondigde maatregelen

De regering heeft onder meer als maatregel afgekondigd dat evenementen waar meer dan 100 personen bij betrokken zijn niet doorgaan. Vooralsnog geldt dit tot eind maart. Per 15 maart moeten sportclubs en horecagelegenheden van de regering dicht en per 16 maart scholen.

Hoe zit het met gemaakte contractuele afspraken?

Doordat grote evenementen worden afgelast, en er ook allerlei andere (bedrijfs)activiteiten worden gestaakt, zullen diverse afgesloten overeenkomsten niet of niet volledig (kunnen) worden nagekomen. Afgesproken diensten of goederen worden niet geleverd.

Dit levert contractbreuk op, want contractuele verplichtingen worden niet, niet volledig, of pas later nagekomen. Dit kan in veel gevallen schade kan opleveren bij een partij bij de overeenkomst en soms zelfs bij derden die daarbij helemaal geen partij zijn.

Hoe zit het met schade door de contractbreuk?

De wet zegt dat als er schade ontstaat als gevolg van het niet nakomen van contractuele afspraken, de partij die de verplichting moest nakomen, aansprakelijk wordt voor de schade als de niet-nakoming aan die partij toerekenbaar is. Als er geen toerekenbaarheid is, spreken we van “overmacht” en dan is er geen aansprakelijkheid voor de schade.

Levert de corona-pandemie overmacht op?

Het is lastig om daar in zijn algemeenheid iets over te zeggen. Want dat is afhankelijk van veel factoren. Zo kan er in de overeenkomst zelf iets zijn bepaald over de vraag wat er allemaal moet worden verstaan onder overmacht. Vaak wordt in algemene voorwaarden opgenomen dat als niet kan worden nagekomen wegens een virus-epidemie, er sprake is van overmacht. De kans is dan groot dat de partij die niet kan nakomen, niet schadeplichtig is. Maar dat is ook mogelijk als er niets is bepaald in de overeenkomst. Zo zal naar verwachting een grote rol spelen of de partij die niet kan nakomen, de door de regering afgekondigde maatregelen heeft opgevolgd. Of in een bepaald geval de corona-pandemie ook echt de nakoming verhindert, zal door een rechter kunnen worden bepaald als daar een geschil over ontstaat.

Zijn er nog andere mogelijkheden bij overmacht?

Als een overeenkomst door overmacht niet kan worden nagekomen kan die in sommige gevallen worden ontbonden. De overeenkomst vervalt dan en de al verrichte prestaties moeten worden teruggedraaid. Ook een beroep doen op “onvoorziene omstandigheden” is soms mogelijk. Dan kan een rechter de overeenkomst inhoudelijk wijzigen op verzoek van een partij bij de overeenkomst.

Hulp nodig of vragen?

Als u uw overeenkomst zelf niet kunt nakomen of als de wederpartij bij uw overeenkomst niet kan of wil nakomen als gevolg van de corona-pandemie en u wilt weten welke stappen u het beste kunt ondernemen, aarzelt u dan niet om contact op te nemen met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Bodembeslag, wat is dat eigenlijk?

Beslag

Als een schuldeiser van een schuldenaar een bedrag tegoed heeft en de schuldenaar betaalt niet, kan de schuldeiser beslag leggen op zaken van de schuldenaar zodat die – indien nodig- kunnen worden uitgewonnen. Met de opbrengst kan dan mogelijk schuldeiser alsnog worden betaald. Beslag leggen kan overigens niet zomaar. Daar komt wel de rechter aan te pas.

Bodembeslag

Net zoals elke schuldeiser, kan ook de belastingdienst, als zij belasting tegoed heeft van de schuldenaar, onder de schuldenaar beslag leggen. Voor een normale schuldeiser geldt dat hij alleen beslag kan leggen op zaken die eigendom zijn van de schuldenaar. Dat is op zich ook logisch. Er zou een hele rare situatie ontstaan als de schuldeiser ook beslag zou kunnen leggen op bijvoorbeeld een auto die de schuldenaar van een vriend heeft geleend. Immers, die vriend is niet verantwoordelijk voor de schulden van de schuldenaar (aan wie hij toevallig zijn auto heeft uitgeleend).

De belastingdienst heeft echter tóch een mogelijk om onder voorwaarden ook beslag te kunnen leggen op zaken die niet de eigendom zijn van de schuldenaar. Dat kan voor sommige zakelijke belastingschulden, bijvoorbeeld loonbelasting, omzetbelasting en dividendbelasting. Het moet dan gaan om zogenaamde “bodemzaken”.

Bodemzaken

Maar wat zijn nu eigenlijk “bodemzaken”?

Dat zijn zaken die zich op de bodem van de schuldenaar bevinden en die, zoals de wet het zegt, dienen tot duurzaam gebruik overeenkomstig de bestemming van het perceel/bedrijf. Je moet daarbij denken aan bedrijfsinventaris en machines (geen voorraden, showmodellen of voertuigen die ook op de openbare weg rijden). Als zich onder die bedrijfsinventaris of machines dus zaken bevinden die niet de eigendom zijn van de schuldenaar, maar bijvoorbeeld geleased worden, dan zijn dat bodemzaken. Onder de “bodem” van de schuldenaar wordt begrepen het perceel waarop zijn bedrijf is gevestigd en dat daadwerkelijk bij hem in gebruik is.

Faillissement

Als de schuldenaar failliet mocht gaan, blijft een eventueel gelegd bodembeslag in tact. Dat vervalt dus niet door het faillissement. Dit heeft dan betrekking op bodemzaken die geen eigendom zijn van de schuldenaar.

Hoe kan bodembeslag worden voorkomen?

Dat is erg lastig!

Indien kan worden aangetoond dat sprake is van “reële eigendom” zou dat kunnen. Hier is geen sprake van als zaken zijn geleverd onder eigendomsvoorbehoud. Er moet dan wel in beroep worden gegaan na de beslaglegging bij de belastingdienst, waarbij de korte termijn van 7 dagen na de dag van beslaglegging geldt.

Wilt u hulp?

Als u wordt geconfronteerd met bodembeslag, is belangrijk om snel te handelen. Neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Ontslag op staande voet, kan dat zomaar worden toegepast?

Wat is ontslag op staande voet eigenlijk?

Normaal kan een werknemer alleen maar worden ontslagen, oftewel kan de arbeidsovereenkomst worden opgezegd, met toestemming van de werknemer. De werknemer zal dus om toestemming moeten worden gevraagd en het zal niemand verbazen dat de werknemer die toestemming meestal niet geeft. De meeste werknemers weten dat het salaris dan stopt en dat zij geen WW-uitkering zullen ontvangen. En dat zal veelal een probleem zijn als er geen vervangende inkomsten zijn.

Als de werknemer geen toestemming geeft, kan alleen rechtsgeldig worden ontslagen als een ontslagvergunning van het UWV is verkregen, dan moet overigens ook nog de geldende opzegtermijn in acht worden genomen, of als de arbeidsovereenkomst op verzoek door de kantonrechter wordt ontbonden. Kort gezegd moet voor bedrijfseconomisch ontslag en ontslag na twee jaar ziekte worden gezorgd voor een ontslagvergunning en moet bij overige redenen van ontslag de route via de kantonrechter worden gevolgd.

Alleen als sprake is van een zeer ernstig feit waarvoor de werknemer verantwoordelijk is, oftewel een “dringende reden”, mag de werknemer zonder dat een opzegtermijn in acht hoeft te worden genomen en zonder dat de route via het UWV of de kantonrechter wordt gevolgd, worden ontslagen. Dat mag (en moet) per direct of althans na een hele korte periode.

Wat maakt ontslag op staande voet vaak risicolvol voor de werkgever?

Er is een aantal redenen waarom het geven van ontslag op staande voet vaak risicovol is voor de werkgever. Zo moet juridisch gezien sprake zijn van een dringende reden, en of dat het geval is, is nogal eens discutabel.

Verder moet het ontslag op staande voet onverwijld, dus direct, worden gegeven en moet daarbij direct schriftelijk worden aangegeven aan de werknemer welke feiten en omstandigheden worden aangevoerd voor het ontslag op staande voet. “Onverwijld” wil trouwens niet altijd zeggen nog dezelfde dag; soms is het noodzakelijk dat de werknemer eerst wordt geschorst zodat noodzakelijk onderzoek kan worden gedaan. Als echter te lang met het ontslag wordt gewacht kan dat tot gevolg hebben dat het alsnog ongeldig is.

Bij een ontslag op staande voet wordt bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid gekeken naar alle feiten en omstandigheden van het geval. Dat betekent dat ook persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd, arbeidsmarktpositie en persoonlijke omstandigheden, een rol kunnen spelen.

Als een van de hiervoor genoemde omstandigheden voor de kantonrechter aannleiding zijn om het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig te beoordelen, oftewel af te keuren, dan zal dat vaak betekenen dat de werknemer altijd in dienst is gebleven en hij het loon dat in de tussentijd verschuldigd is geworden, vaak vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, en ook het toekomstig loon kan opeisen. De arbeidsverhouding is dan ook ernstig beschadigd en als de werkgever met de werknemer wil gaan onderhandelen over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, dan staat hij als het ware met “1-0” achter.

Is er een veiliger alternatief voor ontslag op staande voet?

Ja, dat is er. Dat is de ontbindingsprocedure via de kantonrechter. Als sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet, levert dat vaak een reden op voor de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst op verzoek te ontbinden. In de wet staan nog diverse andere ontslaggronden die voor een ontbinding kunnen worden aangevoerd, zoals “verwijtbaar handelen” of “verstoorde arbeidsverhouding”. De eisen voor een ontbinding via de kantonrechter zijn minder zwaar. Bij een ontbindingsprocedure kan aan de kantonrechter ook worden verzocht om geen transitievergoeding toe te kennen en om bij de datum van ontbinding geen rekening te houden met de toepasselijke opzegtermijn. Vaak wordt verzocht om te ontbinden op een zo kort mogelijke termijn.

Hebt u vragen?

Hebt u vragen over ontslag op staande voet, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

U ontvangt een dagvaarding: wat moet u doen?

Inleiding

Het kan voorkomen dat u een geschil hebt met een andere partij, bijvoorbeeld een toeleverancier van grondstoffen of producten die u nodig hebt voor uw productieproces of met een afnemer van uw producten. Als dat geschil niet wordt opgelost, kan de andere partij u dagvaarden. Dat verloopt via een deurwaarder. Een advocaat of jurist stelt de dagvaarding veelal op en die wordt afgeleverd, in vakjargon: betekend, door de deurwaarder aan u.

Bij aflevering schrijft de deurwaarder op de dagvaarding hoe en op welke datum hij de dagvaarding heeft afgeleverd. Dat doet hij op ambtseed, wat wil zeggen dat de rechter uitgaat van de waarheid van de verklaring van de deurwaarder.

Wat is de functie van een dagvaarding?

De dagvaarding is een exploot, oftewel een officieel stuk, waarin wordt gemeld aan de rechtbank wat de ander van u zou willen. Vaak is dat betaling van een geldbedrag, maar het kan ook zijn nakoming van contractueel gemaakte afspraken op straffe van een dwangsom. Ook kunnen er allerlei andere eisen of (neven)vorderingen in een dagvaarding worden opgenomen. Zo wordt bijvoorbeeld altijd de eis opgenomen dat de ander in de proceskosten wordt veroordeeld, want, zo stelt de eisende partij, de ander is er schuld aan dat er gedagvaard moest worden.

De rechter moet bij het uiteindelijke beslissen in de rechtszaak, hij wijst dan vonnis, zich beperken tot datgene wat in de dagvaarding is vermeld. Hij mag er dus zelf geen eisen bij verzinnen en hij mag ook niet nalaten te beslissen over bepaalde eisen in de dagvaarding. We noemen dit ook wel de “lijdelijkheid” van de rechter.

Veelal kunnen later aan een dagvaarding gedurende de rechtszaak nog eisen worden toegevoegd door de partijen, of kunnen eisen worden geschrapt. Dat gebeurt wel eens als na het dagvaarden alsnog een deel van het geëiste wordt voldaan.

Wat moet u nu doen als een dagvaarding aan u wordt betekend?

U moet in elk geval naar de rechtbank reageren!

In de dagvaarding wordt door de deurwaarder altijd opgenomen vóór welke datum en hoe u moet reageren. Niets doen en maar afwachten is dus altijd erg onverstandig. De rechtbank gaat er dan vanuit dat u geen behoefte hebt aan een reactie en veelal wordt dan aangenomen dat u zich niet verzet tegen het geëiste, oftewel de rechtbank zal dan veelal de eisen van de tegenpartij zonder meer toewijzen. U wordt dan “bij verstek” veroordeeld.

Als u voor de kantonrechter wordt gedagvaard, kunt u zelf reageren. U hoeft dan geen advocaat in te schakelen, hoewel dat vaak wel wordt aangeraden. Als u voor de rechtbank wordt gedagvaard en over het algemeen is dat hij hogere geëiste bedragen, kunt u alleen reageren via een advocaat. Indien u dan tóch zelf, dus zonder advocaat, zou reageren, gaat de rechtbank er van uit dat u niet hebt gereageerd, met de hiervoor genoemde consequentie dat u dan waarschijnlijk bij verstek wordt veroordeeld.

De reactie aan de rechtbank na ontvangst van een dagvaarding houdt heel vaak in dat uitstel wordt gevraagd voor de inhoudelijk reactie op de eisen van de tegenpartij. De inhoudelijke reactie heet de “conclusie van antwoord”. Het uitstel daarvoor wordt altijd verleend. Vaak is het zelfs nog mogelijk om een tweede uitstel te krijgen. Zodoende kan de procedure overigens met weken tot maanden worden gerekt.

In de uiteindelijke inhoudelijk reactie kunt u aan de rechtbank aangeven wat u van de eisen vindt en veelal kunt u ook een tegeneis instellen. Dat heet een “conclusie van antwoord in reconventie”. Dat is zinvol als u van de tegenpartij ook iets te eisen hebt. De rechtbank zal dan niet alleen een beslissing nemen over de eisen van de tegenpartij, maar ook over uw eis.

Van belang is dat de eisen van de tegenpartij nauwkeurig op juistheid worden gecontroleerd en aan de rechtbank wordt aangegeven of de eis niet klopt, of althans het aangedragen bewijsmateriaal voor de eis niet klopt. De rechtbank zal de eisende partij veelal opdragen om zijn eisen te bewijzen, als er onvoldoende of geen bewijs is aangedragen. Vaak wordt dan ook gezegd dat “degene die eist, bewijst!”.

Vragen of hebt u een dagvaarding ontvangen?

Hebt u vragen over of wilt u bijstand in verband met een ontvangen dagvaarding, of wilt u een andere partij dagvaarden, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Nu al rekening houden met een misschien niet-betalende klant, hoe doet u dat?

Uw klant betaalt niet!

De meeste klanten komen hun betalingsverplichtingen gewoon na. Oftewel, meestal gaat het goed. Maar lang niet altijd!

Ook u als ondernemer zult wel eens een factuur voor geleverde goederen of verrichte diensten hebben verzonden, die vervolgens niet werd betaald. Het is dan extra zuur als het gaat om een flink bedrag en dito gespendeerde tijd.

Er kunnen allerlei redenen zijn dat niet wordt betaald.

Het kan zijn dat uw klant simpelweg, misschien tijdelijk, onvoldoende financiële middelen heeft om de factuur te kunnen voldoen. Ook kan het zo zijn dat de klant het niet eens is met de levering of de kwaliteit van dienstverrichting. In dat geval schort hij zijn betalingsverplichtingen in feite op totdat alsnog op de juiste wijze wordt gepresteerd. Hiervoor gelden trouwens wel bepaalde wettelijke vereisten; betalingsverplichtingen opschorten kan niet zomaar.

Daarnaast is het mogelijk dat een bedrijf beëindigd is, de eigenaar naar het buitenland vertrekt, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is.

Als surseance van betaling is aangevraagd en verleend, hoeft de klant juridisch gezien tijdelijk niet te betalen. Veel surseances van betaling gaan overigens vrij snel over in een faillissement.

Als faillissement is aangevraagd en verleend, mag de klant niet betalen. In dat geval wordt een curator aangesteld, die eerst gaat inventariseren welke schuldeisers er zijn, of boedel kan worden verkocht en of schuldeisers uiteindelijk kunnen worden betaald uit de opbrengst van de boedel. Het laatste is helaas vaak niet het geval.

Is het altijd terecht als uw klant niet betaalt?

Nee, is het simpele antwoord.

Vaak wordt ten onrechte niet betaald. Bijvoorbeeld als de klant meent dat niet goed is gepresteerd, terwijl volgens de afspraken die gemaakt zijn dat wél het geval is. In dat geval wordt mogelijk onterecht een beroep gedaan op opschorting. Maar in feite is, bij gebrek aan financiële middelen of bijvoorbeeld ingeval van een faillissement, het ook niet terecht dat niet wordt betaald. Als de factuur klopt en dus leidt tot betalingsplicht, maakt het feit dat er geen geld is of niet betaald mag worden vanwege het faillissement nog niet dat die wanbetaling dan ook maar gerechtvaardigd is!

Kunt u er iets tegen doen dat uw factuur uiteindelijk niet wordt betaald door uw klant?

Een garantie dat een factuur onder alle omstandigheden wordt betaald hebt u in feite nooit, maar u kunt er wel veel aan doen om de kans te verkleinen dat u uiteindelijk met lege handen komt te staan. U hebt de volgende mogelijkheden.

Vraag een voorschot of vooruitbetaling

Het lijkt een simpele oplossing en dat is het ook, maar daarom niet minder effectief! Als u met uw klant afspreekt dat die bijvoorbeeld een deel van de afgesproken prijs dient te voldoen voordat u uw goederen of diensten levert, loopt u in zoverre al minder risico. U doet namelijk pas iets, nadat het voorschot of de vooruitbetaling is ontvangen. Het vragen van een voorschot of vooruitbetaling hoeft ook niet vreemd te zijn. U kunt tegen uw klant zeggen dat u op voorhand al kosten moet maken of investeringen moet doen. Veelal zal er dan begrip zijn.

Kom in uw contractuele voorwaarden eigendomsvoorbehoud overeen

Als u goederen levert aan uw klant, kunt u onder bepaalde voorwaarden overeenkomen dat de eigendom van die goederen bij u blijft berusten, totdat de klant aan al zijn financiële verplichtingen heeft voldaan. Dat heeft als voordeel dat u de betreffende goederen kunt opeisen, zelfs als de klant failliet mocht gaan, als de financiële verplichtingen niet worden nagekomen. Overigens moet dan wel aan bepaalde vereisten zijn voldaan en moeten de voorwaarden voor het eigendomsvoorbehoud op de juiste wijze zijn opgesteld.

Kom borgtocht, een bankgarantie of hoofdelijke aansprakelijkheid overeen

Borgtocht is een overeenkomst met een derde, de borg, waarmee wordt afgesproken dat als de klant zijn betalingsverplichtingen niet zou nakomen, u, onder bepaalde voorwaarden, de borg zou kunnen aanspreken. De borg betaalt dan in plaats van uw klant. De borg zal de betaling die hij heeft moeten voldoen dan proberen te verhalen op de klant, maar dat is dan zogezegd uw probleem niet meer.

Een bankgarantie lijkt op borgtocht, maar dan kunt u de bank aanspreken tot betaling, die dan vervolgens ook weer de klant aanspreekt tot restitutie. Dit laatste heet contragarantie.

Hoofdelijke aansprakelijkheid komt vaak voor. Denk aan een hypotheeklening die wordt verstrekt aan een echtpaar. Vrijwel altijd zal de bank eisen dat de beide echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk zijn. Hoofdelijke aansprakelijkheid wil zeggen dat meerdere personen, dat kunnen ook rechtspersonen zijn zoals een BV, ieder voor zich aanspreekbaar zijn voor de gehele betalingsplicht. Als uw klant bijvoorbeeld handelt vanuit zijn BV en u verplicht bent uw diensten aan de BV te leveren, zou kunnen worden afgesproken dat de klant zelf in privé hoofdelijk aansprakelijk is voor de betalingsplicht, zodat als de BV failliet mocht gaan of geen financiële middelen heeft, u bij de klant in privé kunt aankloppen voor betaling.

Verlang van de klant een zekerheidsrecht in de vorm van pand of hypotheek

Een pandrecht is een zekerheidsrecht. Als bijvoorbeeld een auto wordt verpand ter zekerheid voor de betaling van een factuur, en de factuur zou niet worden voldaan, kan onder bepaalde voorwaarden de auto (executoriaal) worden verkocht, zodat uit de opbrengst alsnog de factuur kan worden voldaan.

Pandrecht kan niet alleen op stoffelijke objecten worden gevestigd, zoals op een auto, sieraad, bedrijfsinventaris of een handelsvoorraad, maar ook op bijvoorbeeld de debiteurenvorderingen van uw klant. Soms gelden uitzonderingen. Het fraaie is dat een pandrecht gevestigd kan worden buiten de notaris om en ook zodanig dat uw klant de verpande zaak gewoon kan blijven gebruiken. We spreken dan van een bezitloos pandrecht.

Een hypotheekrecht kan als zekerheidsrecht op onroerend goed worden gevestigd, maar dat moet altijd via de notaris. Een hypotheekrecht is daardoor veelal meer geschikt voor grote vorderingen of als er alleen onroerend goed voorhanden is als onderpand.

Een groot voordeel van pandrecht en hypotheekrecht is dat deze rechten van kracht blijven ingeval van een faillissement van uw klant. Normaliter zullen alle goederen die eigendom zijn van uw klant onder het faillissement vallen, maar dat geldt niet voor goederen die verpand zijn of waar een hypotheek op rust. In dat geval is trouwens wel van belang om snel actie te ondernemen als uw klant failliet mocht gaan. De curator kan de pand- of hypotheekhouder een redelijke termijn geven om hun recht uit te oefenen.

Vragen?

Hebt u vragen over zekerheid voor onverhoopt niet-betalende klanten, of wilt u goede contractuele voorwaarden laten opstellen in dit kader, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw