Het faillissementsverzoek. Een effectief incassomiddel?

Hoe wordt een faillissementsverzoek ingediend?

Dat dient te gebeuren via een advocaat. Uw advocaat dient een verzoek in bij de rechtbank die dat vervolgens behandelt. Er wordt meestal snel een hoorzitting georganiseerd waarbij ook de schuldenaar wordt uitgenodigd en veelal beslist de rechtbank nog diezelfde dag of het faillissement wordt uitgesproken. U dient enigszins te kunnen aantonen dat u een opeisbare vordering hebt op de schuldenaar en dat daarnaast sprake is van nog minimaal één andere schuldeiser (de zogenaamde “steunvordering’). De vordering van die andere schuldeiser hoeft overigens niet eens opeisbaar te zijn. Indien aan voorgaande is voldaan is er veel kans dat het faillissement wordt uitgesproken, zeker als de schuldenaar niet komt opdagen bij de rechtbank wat vaak gebeurt.

Hoe kan een faillissementsverzoek nou eigenlijk een incassomiddel zijn?

Dat kan doordat vaak blijkt dat na het enkel dreigen met een faillissementsverzoek, en zeker na het indienen daarvan bij de rechtbank, veel schuldenaren tóch genegen blijken te zijn om te betalen of in ieder geval een betalingsregeling willen treffen. Veel schuldenaren zitten namelijk niet te wachten op een faillissement, ook vanwege de persoonlijke onzekerheid die dat met zich meebrengt.

Als de schuldenaar betaalt kan worden afgezien van een faillissementsverzoek of kan het worden ingetrokken. Als een betalingsregeling kan worden afgesproken, kan druk op de ketel worden gehouden doordat na indiening van een faillissementsverzoek bij de rechtbank gedurende een maximale periode een aantal keren kan worden verzocht om aanhouding van de zaak. De rechtbank zal het dan vooralsnog niet behandelen en dus het faillissement niet uitspreken. Het verzoek is dan vooralsnog niet van de baan, waardoor de kans groot is dat de schuldenaar de afgesproken betalingsregeling ook nakomt.

Nadelen van het faillissementsverzoek als incassomiddel.

Er kunnen ook nadelen kleven aan het faillissementsverzoek. Met name als het verzoek al is ingediend en de schuldenaar reageert niet, dan moet de keuze worden gemaakt of het verzoek wordt doorgezet. Als dat gebeurt en het leidt tot faillietverklaring van de schuldenaar, dan kan uw vordering alleen nog maar bij de curator worden ingediend. Die verzamelt zogezegd dan alle ingediende vorderingen en gaat na of uit de opbrengst van de boedel van de schuldenaar (oftewel zijn spullen) betalingen kunnen worden gedaan. Vaak zie je dat dat niet het geval is.
Als de schuldenaar een rechtspersoon is (bijvoorbeeld een BV) dan zal na opheffing van het faillissement ook de rechtspersoon verdwijnen en daarmee uw vordering.
Als het faillissementsverzoek wordt ingetrokken, maakt u kosten want het indienen van een faillissementsverzoek kost geld (namelijk griffierecht) en dat wordt bij intrekking niet gerestitueerd. Als een faillissementsverzoek wordt doorgezet en het wordt afgewezen kunt u soms ook worden geconfronteerd met de proceskosten van de schuldenaar.
Als een faillissementsverzoek wordt ingediend tegen een natuurlijk persoon kan deze een beroep doen op de WSNP waardoor het faillissementsverzoek tijdelijk stil kan komen te liggen.

Overweegt u een faillissementsverzoek als incassomiddel?

Laat u dan bijstaan door een gespecialiseerd advocaat. Hij kan in overleg met u nagaan of een faillissementsverzoek in uw zaak wel een goed middel zou zijn of dat wellicht beter naar andere incassomaatregelen uitgekeken moet worden, zoals (conservatoire) beslaglegging.

Wilt u hulp?

Neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur

Boudewijn van Orsouw

De BV en privé-aansprakelijkheid van de bestuurder: hoe kun je dit voorkomen?

Waarom kiezen voor een BV

Er is een aantal rechtsvormen waaronder een onderneming kan worden gedreven. De twee meest bekende zijn de eenmanszaak en de besloten vennootschap (BV).
Bij een eenmanszaak ben je ook in privé aansprakelijk voor schulden van de onderneming, terwijl dat ingeval van een BV in principe niet zo is. Een BV is een rechtspersoon en wordt juridisch gezien als een eigen entiteit die los staat van het privé-vermogen van de ondernemer. Veel ondernemers kiezen, naast fiscale motieven, vaak hierom voor een BV.

BV en tóch privé-aansprakelijkheid, kan dat?

Jazeker! Er zijn zelfs verschillende situaties waarbij privé-aansprakelijkheid kan ontstaan.

Er zijn 3 hoofdgroepen:
1. De aansprakelijkheid ten opzichte van de BV vanwege onbehoorlijk bestuur
2. De aansprakelijkheid ten opzichte van een schuldeiser van de BV vanwege onrechtmatig handelen
3. De aansprakelijkheid ten opzichte van de boedel/curator of de belastingdienst ingeval van faillissement

De aansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur

Als het bestuur (lees: de statutaire directie) haar verplichtingen niet nakomt of zeer onzorgvuldig handelt, kan sprake zijn van onbehoorlijk bestuur en kan de BV het bestuur aanspreken voor de daardoor veroorzaakte schade. Let op: in principe is dit een collectieve aansprakelijkheid waarbij dus alle bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn (=aansprakelijkheid voor de gehele schade). Een bestuurder kan proberen aan te tonen dat hem geen blaam treft en hij niet aansprakelijk is, maar daarvoor gelden zware eisen.

De aansprakelijkheid wegens onrechtmatig handelen

Als het bestuur verplichtingen aangaat namens de BV terwijl zij weet of redelijkerwijs moet weten dat de BV die verplichtingen nooit kan nakomen, of als het bestuur bevordert of toestaat dat de BV haar verplichtingen niet nakomt, kan sprake zijn van onrechtmatig handelen en kan een schuldeiser van de BV die daardoor schade lijdt het bestuur in privé aansprakelijk stellen.

De aansprakelijkheid ten opzichte van de boedel/curator of de belastingdienst

Als de BV failliet gaat wordt een curator aangesteld. Die wordt dan beschikkingsbevoegd ten aanzien van het vermogen van de BV, oftewel het bestuur kan zelf niet meer over dat vermogen beschikken. Vaak is ingeval van een faillissement te weinig vermogen over om alle schuldeisers te kunnen betalen. Normaliter zal de curator het faillissement dan laten opheffen wegens gebrek aan baten. De curator heeft echter de mogelijkheid om, als sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur waarbij aannemelijk is dat dit in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het ontstaan van het faillissement, het bestuur in privé aansprakelijk te stellen voor het boedeltekort. In bepaalde gevallen gaat de wet er dan zelfs vanuit dat op voorhand wordt aangenomen dat zo’n privé aansprakelijkheid bestaat, de curator heeft dan slechts een lichte bewijslast. Dat is het geval als de boekhoudplicht niet juist is nagekomen of als de jaarrekening niet (op tijd) is gepubliceerd.
Verder heeft de belastingdienst de mogelijkheid om het bestuur in privé aansprakelijk te stellen voor bepaalde onbetaald gebleven belastingen als niet tijdig betalingsonmacht is gemeld. Dat dient te geschieden binnen 2 weken na de gebruikelijke aangiftedatum.

Kun je als bestuurder mogelijke aansprakelijkheid in privé voorkomen?

Uiteraard! Doe geen handelingen die onrechtmatig zouden kunnen zijn. Zorg voor een goede en sluitende administratie van genomen besluiten en voor een goede boekhouding. Zorg ook voor de tijdige publicatie van de jaarrekening en tijdige melding van betalingsonmacht indien belastingen niet (meer) zouden kunnen worden voldaan. Indien je niet zeker bent of een bepaald handelen of nalaten aansprakelijkheid in privé zou kunnen veroorzaken, laat je dan vooraf adviseren.

Wat als je wordt geconfronteerd met een aansprakelijkstelling?

Laat je dan bijstaan door een gespecialiseerd jurist. Wellicht dat je een beroep kunt doen op omstandigheden die de aansprakelijkheid ongedaan maken of verminderen. Indien aansprakelijkheid onvermijdelijk is, zou namens jou kunnen worden getracht om een minnelijke regeling te treffen.

Hulp nodig?

Neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur

Boudewijn van Orsouw

Een ondernemingsraad. Wanneer moet die worden ingesteld en welke bevoegdheden heeft hij?

Een onderneming waarin in de regel 50 of meer personeelsleden werkzaam zijn, moet een ondernemingsraad instellen. De werknemers kiezen uit hun midden de leden van de ondernemingsraad. De leden van de ondernemingsraad hebben een specifiek soort ontslagbescherming. Overigens geldt geen absoluut ontslagverbod.

Heeft de ondernemingsraad ook bevoegdheden? Het antwoord is: ja.
In feite heeft de ondernemingsraad best vergaande bevoegdheden binnen de onderneming.

Zo heeft de ondernemingsraad recht op overleg met de bestuurder van de onderneming. In bepaalde gevallen zijn de bestuurder en de ondernemingsraad verplicht om met elkaar te overleggen. Tevens bestaat het recht op informatie.

Verder heeft de ondernemingsraad ook de bevoegdheid om advies uit te brengen over een voorgenomen besluit tot benoeming of ontslag van een bestuurder van de onderneming.

De twee belangrijkste bevoegdheden van de ondernemingsraad zijn het adviesrecht en het instemmingsrecht.

Als eerste het adviesrecht. In bepaalde in de wet omschreven gevallen is de bestuurder verplicht om voordat hij een bepaald besluit wil nemen, eerst de ondernemingsraad om advies te vragen. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een reorganisatie, overdracht van de zeggenschap over een deel van de onderneming, een belangrijke wijziging van de werkzaamheden van de onderneming of het doen van een belangrijke investering.

In dergelijke gevallen zal dus eerst advies moeten worden gevraagd aan de ondernemingsraad en moet de bestuurder bij zijn uiteindelijke besluit ook aangeven of hij dat advies opvolgt of niet en waarom niet. Indien het advies niet wordt opgevolgd, mag de bestuurder het besluit een maand lang niet uitvoeren omdat de ondernemingsraad dan in beroep kan gaan bij het gerechtshof in Amsterdam. De ondernemingsraad kan dan aan het gerechtshof bijvoorbeeld vragen om de bestuurder te verplichten het besluit niet uit te voeren of om het aan te passen. Indien in een dergelijk geval de bestuurder het besluit tóch al eerder zou uitvoeren, is dat zelfs strafbaar.

Ten tweede het instemmingsrecht. Dit is een verdergaande bevoegdheid die de ondernemingsraad heeft. Indien de bestuurder bepaalde regelingen binnen de onderneming wil invoeren, moet de ondernemingsraad daarmee instemmen. Bijvoorbeeld een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden, ziekteverzuim, personeelsopleiding of de bescherming van persoonsgegevens.

Indien geen instemming wordt verleend, is de regeling niet rechtsgeldig. De ondernemingsrecht moet op de niet-rechtsgeldigheid wel binnen een maand schriftelijk een beroep hebben gedaan. Als de ondernemingsraad geen instemming verleent, kan de bestuurder vervangende toestemming vragen aan de kantonrechter.

Hebt u als werkgever vragen over het al dan niet instellen van een ondernemingsraad of wilt u advies ingeval van advies- of instemmingsrecht van uw ondernemingsraad, of wilt u als ondernemingsraad worden bijgestaan in het kader van een bepaalde advies- of instemmingsaanvraag, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

De transitievergoeding. Wanneer heeft een werknemer daar eigenlijk recht op?

De transitievergoeding is de ontslagvergoeding die de wetgever in bepaalde gevallen toekent aan de werknemer. De werknemer heeft daar in principe recht op als de dienstbetrekking minimaal 2 jaar heeft geduurd en er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die niet wordt verlengd, als de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd nadat de werkgever een ontslagvergunning van het UWV heeft gekregen of als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever ontbindt (=beëindigt)

In sommige gevallen heeft de werknemer géén recht op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter wordt ontbonden. Kort gezegd is dat het geval als de werknemer een (ernstig) verwijt kan worden gemaakt van de ontstane situatie.

Als de werknemer zijn dienstverband opzegt, heeft hij geen recht op een transitievergoeding. Ook niet als de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met wederzijds goedvinden (beëindigingsovereenkomst).

Dat het gebruikelijk is om in dit laatste geval wel een transitievergoeding af te spreken, wil niet zeggen dat de werknemer daar in dat geval dan ook wettelijk gezien recht op heeft. Dat wordt vaak gedacht, maar is dus niet zo. Overigens werd vroeger bij beëindigingsovereenkomsten meestal de kantonrechtersformule gebruikt, die een veel hogere ontslagvergoeding oplevert, maar dat is vandaag de dag niet meer het geval.

Indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd met wederzijds goedvinden, aangezien de werknemer zich onbehoorlijk heeft gedragen, is niet logisch dat hij ook nog een transitievergoeding mee krijgt. Veelal kan de werkgever er in dergelijke situaties ook voor kiezen om een ontslagprocedure te starten, maar wil hij de werknemer ter wille zijn door mee te werken aan een beëindigingsovereenkomst. De werknemer kan dan veelal een uitkering aanvragen indien hij niet direct ander werk kan vinden.

Een ander geval waarbij een werknemer geen recht heeft op een transitievergoeding is wanneer het bedrijf van de werkgever failliet gaat en de curator de werknemer daardoor moet ontslaan.

De hoogte van de transitievergoeding wordt voornamelijk bepaald door de hoogte van het bruto maandsalaris, het aantal dienstjaren dat de werknemer heeft en zijn of haar leeftijd. In bepaalde gevallen spelen ook andere factoren een rol, zoals de grootte van het bedrijf van de werkgever en de financiële situatie van de werkgever. De transitievergoeding is ook wettelijk gemaximeerd.

Wilt als werkgever weten hoe hoog de transitievergoeding is die u aan uw werknemer zou moeten betalen bijvoorbeeld bij ontslag of een beëindigingsovereenkomst, of hebt u als werknemer vragen over uw eventuele recht op een transitievergoeding?

Neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Algemene voorwaarden. Wat hebt u er aan en hoe gebruikt u ze?

Wat zijn algemene voorwaarden? Algemene voorwaarden zijn voorwaarden die van toepassing zijn op meerdere overeenkomsten die u afsluit. Ze hebben in alle gevallen dezelfde inhoud. Er staan vaak bepalingen in over bijvoorbeeld aansprakelijkheid, garantie, betalingsvoorwaarden en incasso, prijswijzigingen en beëindigingsmogelijkheden van de overeenkomst. Vaak wordt gesproken over de “kleine lettertjes” of de “standaardvoorwaarden”.

Het grote voordeel van algemene voorwaarden is dat de overeenkomst zelf relatief kort kan worden gehouden, omdat veel bepalingen van de overeenkomst die toch altijd hetzelfde luiden in de algemene voorwaarden staan. Verder zijn algemene voorwaarden ook van toepassing als duidelijk is dat de wederpartij de inhoud niet kent, bijvoorbeeld omdat hij ze (bewust) niet leest.

Algemene voorwaarden worden van toepassing op een overeenkomst, doordat ernaar wordt verwezen in de overeenkomst en doordat ze vóór het afsluiten van de overeenkomst aan de wederpartij worden verstrekt. Daaraan wordt vaak voldaan door ze op de achterzijde van het briefpapier te laten drukken. Het verstrekken kan trouwens ook elektronisch, bijvoorbeeld door plaatsing op uw website, maar dan moet wel aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan.

Onder bepaalde omstandigheden kunnen bedingen (artikelen) in algemene voorwaarden worden vernietigd. Dan gelden ze dus niet meer. Consumenten hebben in dit opzicht in bepaalde gevallen extra vernietigingsmogelijkheden.
Vernietiging kan plaatsvinden door middel van een schriftelijke verklaring, maar kan ook in een procedure bij de rechtbank worden gevorderd. De rechter kan de vernietiging dan uitspreken.

Vaak zie je dat beide partijen bij een overeenkomst algemene voorwaarden gebruiken en dan komt het erop aan welke van de twee van toepassing zijn. De wet zegt dat aan de tweede verwijzing naar algemene voorwaarden geen werking toekomt als daarbij de eerste verwijzing naar algemene voorwaarden niet uitdrukkelijk wordt afgewezen.

Wilt u algemene voorwaarden laten opstellen of gebruikt u die al, maar wilt u deze laten controleren? Bijvoorbeeld omdat u niet weet of ze nog wel actueel zijn? Of wilt u een overeenkomst aangaan met een wederpartij die algemene voorwaarden hanteert en wilt u weten wat daarvan de gevolgen zijn? Neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Uw schuldenaar is failliet. Staat u nu met lege handen?

Een faillissement betekent kortweg dat diegene of de onderneming die failliet is, niet meer zelfstandig kan beschikken over zijn vermogen. Wat betekent dat nu? Dat betekent kortweg dat de gefailleerde zijn bezittingen (goederen, geld, bepaalde rechten en vorderingen op debiteuren) niet meer zelf kan verkopen of van de hand kan doen, maar dat de door de rechtbank benoemde curator dat alleen nog kan. Eén van de belangrijkste taken van de curator is dan ook om de bezittingen van de gefailleerde te verkopen en een zo hoog mogelijke opbrengst realiseren, zodat zoveel mogelijk schuldeisers betaald kunnen worden.

In de praktijk worden heel veel faillissementen opgeheven bij gebrek aan baten. Dat betekent dat volgens de curator er maar zo weinig opbrengst van de verkoop van de bezittingen is, dat óf helemaal geen óf slechts een klein deel van de schuldeisers betaald kan worden. Overigens is de curator zelf ook schuldeiser, hij kost immers ook geld, en moet hij als eerste betaald worden uit de opbrengst.

Staat u als schuldeiser nu altijd met lege handen bij de afwikkeling van een faillissement?

Nee, zeker niet.

Ten eerste bestaat de mogelijkheid dat de bezittingen zoveel opbrengen dat alle schuldeisers kunnen worden betaald. Dit zie je overigens niet vaak.

Ten tweede kunt u een zekerheidsrecht hebben bedongen voor betaling van uw vordering. Hiermee bedoel ik een hypotheek- of pandrecht. Als u bij het aangaan van de schuld (of in sommige gevallen op een later moment) ervoor hebt gezorgd dat de schuldenaar aan u een hypotheek- of pandrecht verstrekt, wordt de executie-opbrengst van de hypotheek of het pandrecht in principe niet geraakt door het faillissement. Het faillissement is dan dus niet van invloed op die opbrengst waaruit uw vordering bij voorrang mag worden voldaan. Van belang is wel dat dergelijke zekerheden op de juridisch juiste manier worden gevestigd en ook op het goede moment.

Ten derde kunt u eigendomsvoorbehoud hebben gevestigd. Dat is ook een vorm van zekerheid waarbij u het eigendom van geleverde goederen voorbehoudt, totdat volledig is betaald. Ook hiervoor geldt dat van belang is de juiste wijze en het juiste moment van vestigen.
Tot slot noem ik nog bestuurdersaansprakelijkheid. Veelal zie je, zoals gezegd, dat vorderingen, wegens gebrek aan opbrengst, niet kunnen worden betaald in een faillissement, maar dat wel kan worden aangetoond dat de bestuurder van het gefailleerde bedrijf zijn taken en verplichtingen niet op de juiste wijze is nagekomen. Hij kan dan in privé aansprakelijk worden gesteld, waardoor langs die weg uw eventuele vordering alsnog verhaald zou kunnen worden. Hierbij is natuurlijk wel van belang dat de bestuurder in privé bezittingen heeft van voldoende waarde.
Een bestuurder kan bijvoorbeeld in privé aansprakelijk worden als hij financiële verplichtingen in naam van het bedrijf is aangegaan, terwijl hij wist dat deze niet konden worden nagekomen, of indien er geen goede boekhouding aanwezig is of de jaarrekening niet op de juiste wijze is gepubliceerd.

Hebt u te maken met een schuldenaar die failliet is of dreigt te gaan, of bent u bestuurder van een bedrijf dat failleert, en wilt u verder worden geadviseerd over uw mogelijkheden, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Beslagleggen, mag dat zomaar?

Stel u hebt van een ander nog een bedrag tegoed, maar die ander wil niet betalen, ook na niet nadat u diverse keren hebt aangemaand. Kunt u dan zomaar beslag leggen op bezittingen van die ander en die bezitting verkopen om daarmee uw vordering te voldoen?
Het is antwoord is: nee! Dat zou “eigenrichting” zijn en dat is niet toegestaan.

Om beslag te mogen leggen is uitgangspunt dat er vooraf een rechterlijke toetsing heeft plaatsgevonden. Er is trouwens een paar uitzonderingen hierop. Zo heeft de overheid bepaald dat bijvoorbeeld de belastingdienst niet iedere keer naar de rechter hoeft om beslag te mogen leggen voor een belastingschuld (de overheid zorgt goed voor zichzelf) en als de vordering voortvloeit uit een notariële akte, is dat in principe ook niet nodig. Maar deze uitzonderingen laat ik hier onbesproken.

Er moet dus een rechterlijke toetsing zijn, oftewel u moet, via een advocaat, de rechter vragen om “verlof” om beslag te mogen leggen. Het beslag wordt dan overigens gelegd door een deurwaarder. Een beslagverlof legt de rechter vast in een rechterlijke beschikking die de deurwaarder dan uitvoert (hij “executeert” deze).

Er zijn grofweg twee typen van beslag: conservatoir beslag en executoriaal beslag.

Ten eerste executoriaal beslag.

Stel u bent ondernemer en hebt enige goederen geleverd aan een andere ondernemer en die weigert de daarvoor afgesproken prijs te voldoen. U kunt (via een advocaat) die andere ondernemer dan dagvaarden voor de rechtbank en de rechtbank vragen om een veroordeling. Als die wordt uitgesproken, hebt u een “titel” waarmee u de deurwaarder opdracht kunt geven om executoriaal beslag te leggen op bezitting van die andere ondernemer, indien die andere ondernemer desondanks blijft weigeren om te betalen. De deurwaarder kan uiteindelijk de bezittingen die onder beslag vallen, dat kan bijvoorbeeld ook een banktegoed zijn, uitwinnen om daarmee uw vordering en de gemaakte kosten te betalen.

Ten tweede conservatoir beslag.

We nemen weer hetzelfde voorbeeld als hiervoor. Nu is het u bekend dat de andere ondernemer die aan u moet betalen weinig geld of middelen heeft, maar u weet wel dat een afnemer van die andere ondernemer binnenkort een uitstaande factuur gaat betalen. In dit geval kunt u wel eerst een procedure starten bij de rechtbank, maar de kans bestaat dat de factuur dan al betaald is en het geld weg is voordat er een rechterlijk vonnis is. In dit geval kan uw advocaat aan de rechter vragen om verlof om conservatoir beslag op die vordering (het factuurbedrag) te mogen leggen. Als de rechter dat verlof afgeeft, kan, via de deurwaarder, aan de afnemer worden bekendgemaakt dat hij de factuur niet meer aan die andere ondernemer mag betalen, maar alleen aan de deurwaarder. Het factuurbedrag wordt dan als het ware veiliggesteld, waardoor u eerst een rechterlijk vonnis kunt halen. Zodra dat er is, wordt het conservatoir beslag automatisch een executoriaal beslag, en kan het factuurbedrag alsnog worden gebruikt om uw vordering en de veroorzaakte kosten te voldoen.
Hebt u vragen over beslagkwesties of wilt u beslag laten leggen, neem dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn Advocatuur

U krijgt een beëindigingsvoorstel van uw werkgever. Waar moet u op letten?

Als uw werkgever aan u voorstelt om met wederzijds goedvinden uit elkaar te gaan, is belangrijk dat u niet zomaar tekent maar een jurist inschakelt om u te laten adviseren.
Ik geef een aantal tips over onderwerpen waar u in elk geval op moet letten.

Worden uw uitkeringsrechten zoveel mogelijk veiliggesteld?

Er moet aan een aantal vereisten zijn voldaan willen uw uitkeringsrechten zoveel mogelijk worden veiliggesteld. Dat betekent onder meer dat u niet ziek gemeld mag zijn bij tekenen van de beëindigingsovereenkomst. Het UWV zal dan namelijk oordelen dat, aangezien de werkgever een loondoorbetalingsplicht heeft tijdens ziekte, u niet in plaats daarvan een uitkering kunt aanvragen.
Verder mag niet in het voorstel staan dat u zelf het initiatief heeft genomen om te komen tot een beëindiging. Dit initiatief moet van de werkgever komen, dat dan ook zo dient te worden vastgelegd in de beëindigingsovereenkomst.
De fictieve opzegtermijn moet in acht zijn genomen. Dat wil zeggen dat tussen het moment van ondertekenen van de beëindigingsovereenkomst en de datum waarop de arbeidsovereenkomst eindigt, minimaal de tijd moet zitten gelijk aan de opzegtermijn die geldt voor de werkgever.

Wordt een ontslagvergoeding aangeboden?

Bij een ontslag via het UWV of via de kantonrechter bestaat in principe recht op een ontslagvergoeding bestaande uit de transitievergoeding, mits de arbeidsovereenkomst minimaal 24 maanden heeft geduurd. Bij ontslag door middel van een beëindigingsovereenkomst bestaat dit recht niet automatisch, tenzij dat wordt overeengekomen. Overigens is dat dan niet per se beperkt tot de transitievergoeding. U en uw werkgever kunnen ook een lager of hoger bedrag overeenkomen.

Wat zijn uw verdere verplichtingen na ondertekening van de beëindigingsovereenkomst?

Niet ongebruikelijk is om af te spreken dat u, vanaf een bepaalde datum, wordt vrijgesteld van werk waarbij u wordt geacht om uw vakantiedagen te hebben opgenomen. Daarbij wordt dan het salaris, inclusief vakantiegeld, doorbetaald tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst. Indien sprake is van overige (secundaire) arbeidsvoorwaarden, bijvoorbeeld personeelskortingen of -voordelen, een leaseauto, een mobiele telefoon of een laptop, kunnen ook daarover specifieke afspraken worden gemaakt. In het bijzonder of van die voorwaarden nog gebruik kan worden gemaakt en zo ja tot welke datum.

Wat gebeurt er met een eventueel overeengekomen concurrentie- of relatiebeding?

Als er een concurrentiebeding in uw arbeidsovereenkomst staat kunt u worden beperkt in uw mogelijkheden om bepaalde werkzaamheden te mogen uitvoeren bij een nieuwe werkgever of bijvoorbeeld als zelfstandige. Veelal wordt een afspraak gemaakt in de beëindigingsovereenlkomst over de gelding van het concurrentiebeding na het einde van de arbeidsovereenkomst.
Wordt aan u een beëindigingsovereenkomst aangeboden? Neemt u dan gerust contact op met Boudewijn Advocatuur om u goed te laten adviseren. Veelal stelt een werkgever in het kader van een aanbod voor een beëindigingsovereenkomst een (kostendekkend) budget ter beschikking voor uw advocaatkosten.

Boudewijn Advocatuur

Start Boudewijn Advocatuur in Uden

Mijn naam is Boudewijn van Orsouw en ben na jarenlang in dienstverband te hebben gewerkt in september 2018 Boudewijn Advocatuur gestart in Uden.

Ik sta u op een toegankelijke no-nonsense manier bij en help u bij juridische kwesties. Luisteren naar uw doelen en wensen en aandacht voor uw persoonlijke situatie of uw onderneming staan centraal. Klanttevredenheid en geen torenhoge advocaatkosten zijn key. En bovenal natuurlijk het behalen van de door u gewenste resultaten. Liefst op een zo voordelig en effectief mogelijke manier.
Ik heb gedurende de ruim 20 jaar dat ik werkzaam ben veel ervaring opgedaan in zowel het bedrijfsleven, als de overheid én in de advocatuur.

Mijn specialisaties zijn:

Arbeidsrecht, inclusief sociaal zekerheidsrecht
Ondernemingsrecht
Insolventierecht en incasso
Verbintenissenrecht

Bent u op zoeken naar een goede, betaalbare, advocaat in Uden en benieuwd naar wat ik voor u kan betekenen? Bel mij gerust of stuur een mail en we plannen een kosteloos eerste kennismakingsgesprek in. Dat kost u dus helemaal niets. Bent u ondernemer, al dan niet gevestigd in Uden of omstreken, dan kom ik graag naar u toe, want ik ben geïnteresseerd in uw business en organisatie. Ik bereken voor het eerste gesprek dan slechts de reiskosten.

Ik zie met belangstelling uit naar uw reactie!

Boudewijn van Orsouw

Uw factuur wordt niet betaald! Wat nu?

Niet-betaalde facturen zijn voor ondernemers een groot probleem. Doordat uw klant of afnemer zijn factuur niet betaalt, ontstaat druk op uw financiële huishouding. Mogelijk kunt u daardoor zelf uw facturen niet meer betalen, wat aan uw kant juridische problemen kan opleveren. Ik heb voorbeelden gezien van ondernemers die mede daardoor zelfs failliet gingen!

Veel ondernemers lijken het helaas te accepteren dat een groot deel van hun facturen, die al vervallen zijn, niet worden voldaan of pas na geruime tijd. Facturen worden zelfs “afgeboekt”.

Wat kunt u hiertegen doen vóór de transactie?
Tóch kunt u als ondernemer veel doen om te voorkomen dat facturen onbetaald worden gelaten.

Dat begint al vóór het aangaan van de opdracht of transactie. Zo kunt u ten eerste onderzoeken wat de mogelijke verhaalspositie is van uw potentiële klant of afnemer. Staat hij financieel niet zo goed aangeschreven, of is er wat dat betreft “geen vuiltje aan de lucht”?

Via allerlei dienstverleners kunnen rapportages worden opgevraagd over iemands kredietwaardigheid. Vaak zijn hieraan kosten verbonden, maar er zijn ook onderzoeken die u gratis kunt doen. Een check in het insolventieregister via www.rechtspraak.nl is bijvoorbeeld gratis. De kosten van het raadplegen van het Handelsregister zijn niet hoog. Dat geldt ook voor het opvragen van gedeponeerde jaarrekeningen.

Maar wat dacht u van het “googelen” via internet? Als een potentiële klant of afnemer daarbij naar voren komt als een “onbetrouwbaar sujet” of iemand die in zwaar financieel weer verkeert, kunt u wellicht beter geen zaken doen.

De overeenkomst: leg de voorwaarden goed vast!
Dan de opdracht of transactie zelf. Leg de juridische voorwaarden goed vast in een overeenkomst! Laat u zo nodig door een jurist adviseren; de kosten van zo’n advies hoeven helemaal niet hoog te zijn en meestal kan op korte termijn een contract worden opgesteld waardoor u snel zaken kunt doen.

Onderwerpen als betalingstermijnen, de valuta waarin betaald moet worden en hoe de regeling is bij wanbetaling, zijn onderwerpen die geregeld moeten worden. En hebt u wel eens gedacht aan het afspreken van door de klant te verstrekken zekerheden? Denk hierbij aan (onder)pand, borgtocht, hoofdelijke aansprakelijkheid of een bankgarantie. Indien dan niet of niet op tijd betaald wordt, hebt u een alternatieve manier om tóch aan uw geld te komen. Vaak zelfs nog als de klant of afnemer onverhoopt failliet gaat. Zekerheden worden vaak vergeten, of geschroomd wordt hierover afspraken te maken, terwijl het veel financieel leed kan schelen!

Wat kunt u doen als uw factuur niet op tijd betaald wordt?
Ook als er geen zekerheden zijn, of deze kunnen niet worden gebruikt, kan actie worden ondernomen als uw klant of afnemer niet betaalt. Ten eerste kan een betalingsregeling worden afgesproken. Let u ook hierbij op het goed vastleggen van de voorwaarden van de betalingsregeling.

Vaak kan conservatoir beslag worden gelegd. Dat is beslag op zaken of vorderingen van de klant of afnemer, voorafgaande aan een procedure bij de rechtbank die dan binnen een bepaalde tijd moet worden gestart. Meestal wordt de klant of afnemer daarvan vooraf niet op de hoogte gesteld, zodat hij het beslag niet kan frustreren door bijvoorbeeld de zaken te verkopen voordat het beslag wordt gelegd.

Uiteraard kan ook een incassoprocedure worden gestart. Met een veroordelend vonnis kan dan executoriaal beslag worden gelegd als het vonnis niet vrijwillig wordt nagekomen. De in beslag genomen zaken kunnen executoriaal worden verkocht en met de opbrengst kan uw factuur worden voldaan. Indien vóór de incassoprocedure al conservatoir beslag was gelegd, wordt dat vanwege het vonnis automatisch “executoriaal”. Het conservatoir beslag kan dan dus worden geëffectueerd.

Daarnaast wordt ook het faillissement als drukmiddel gebruikt om de klant of afnemer tot betalen te bewegen. In zijn algemeenheid is dit niet verboden. Een faillissementsverzoek kan al worden ingediend als naast uw onbetaalde factuur een factuur van een andere schuldeiser onbetaald wordt gelaten.

In de praktijk zien we vaak dat onder een dergelijke faillissementsdruk tóch betaald wordt, of dat in elk geval een betalingsregeling wordt afgesproken. Nadat een betalingsregeling is afgesproken, wordt de rechtbank meestal verzocht om het faillissementsverzoek aan te houden. Zodra de factuur dan volledig is betaald, kan het faillissementsverzoek alsnog worden ingetrokken. Zo blijft er “druk” op de klant of afnemer om de betalingsregeling na te komen.

Voor een aantal handelingen moet u verplicht gebruik maken van een advocaat, zoals het leggen van conservatoir beslag, het starten van een procedure voor een geldvordering van € 25.000,- of meer en voor een faillissementsaanvraag.

Indien u over voorgaande vragen hebt, sta u ik graag te woord.

Boudewijn van Orsouw