Nu al rekening houden met een misschien niet-betalende klant, hoe doet u dat?

Uw klant betaalt niet!

De meeste klanten komen hun betalingsverplichtingen gewoon na. Oftewel, meestal gaat het goed. Maar lang niet altijd!

Ook u als ondernemer zult wel eens een factuur voor geleverde goederen of verrichte diensten hebben verzonden, die vervolgens niet werd betaald. Het is dan extra zuur als het gaat om een flink bedrag en dito gespendeerde tijd.

Er kunnen allerlei redenen zijn dat niet wordt betaald.

Het kan zijn dat uw klant simpelweg, misschien tijdelijk, onvoldoende financiële middelen heeft om de factuur te kunnen voldoen. Ook kan het zo zijn dat de klant het niet eens is met de levering of de kwaliteit van dienstverrichting. In dat geval schort hij zijn betalingsverplichtingen in feite op totdat alsnog op de juiste wijze wordt gepresteerd. Hiervoor gelden trouwens wel bepaalde wettelijke vereisten; betalingsverplichtingen opschorten kan niet zomaar.

Daarnaast is het mogelijk dat een bedrijf beëindigd is, de eigenaar naar het buitenland vertrekt, surseance van betaling heeft aangevraagd of failliet is.

Als surseance van betaling is aangevraagd en verleend, hoeft de klant juridisch gezien tijdelijk niet te betalen. Veel surseances van betaling gaan overigens vrij snel over in een faillissement.

Als faillissement is aangevraagd en verleend, mag de klant niet betalen. In dat geval wordt een curator aangesteld, die eerst gaat inventariseren welke schuldeisers er zijn, of boedel kan worden verkocht en of schuldeisers uiteindelijk kunnen worden betaald uit de opbrengst van de boedel. Het laatste is helaas vaak niet het geval.

Is het altijd terecht als uw klant niet betaalt?

Nee, is het simpele antwoord.

Vaak wordt ten onrechte niet betaald. Bijvoorbeeld als de klant meent dat niet goed is gepresteerd, terwijl volgens de afspraken die gemaakt zijn dat wél het geval is. In dat geval wordt mogelijk onterecht een beroep gedaan op opschorting. Maar in feite is, bij gebrek aan financiële middelen of bijvoorbeeld ingeval van een faillissement, het ook niet terecht dat niet wordt betaald. Als de factuur klopt en dus leidt tot betalingsplicht, maakt het feit dat er geen geld is of niet betaald mag worden vanwege het faillissement nog niet dat die wanbetaling dan ook maar gerechtvaardigd is!

Kunt u er iets tegen doen dat uw factuur uiteindelijk niet wordt betaald door uw klant?

Een garantie dat een factuur onder alle omstandigheden wordt betaald hebt u in feite nooit, maar u kunt er wel veel aan doen om de kans te verkleinen dat u uiteindelijk met lege handen komt te staan. U hebt de volgende mogelijkheden.

Vraag een voorschot of vooruitbetaling

Het lijkt een simpele oplossing en dat is het ook, maar daarom niet minder effectief! Als u met uw klant afspreekt dat die bijvoorbeeld een deel van de afgesproken prijs dient te voldoen voordat u uw goederen of diensten levert, loopt u in zoverre al minder risico. U doet namelijk pas iets, nadat het voorschot of de vooruitbetaling is ontvangen. Het vragen van een voorschot of vooruitbetaling hoeft ook niet vreemd te zijn. U kunt tegen uw klant zeggen dat u op voorhand al kosten moet maken of investeringen moet doen. Veelal zal er dan begrip zijn.

Kom in uw contractuele voorwaarden eigendomsvoorbehoud overeen

Als u goederen levert aan uw klant, kunt u onder bepaalde voorwaarden overeenkomen dat de eigendom van die goederen bij u blijft berusten, totdat de klant aan al zijn financiële verplichtingen heeft voldaan. Dat heeft als voordeel dat u de betreffende goederen kunt opeisen, zelfs als de klant failliet mocht gaan, als de financiële verplichtingen niet worden nagekomen. Overigens moet dan wel aan bepaalde vereisten zijn voldaan en moeten de voorwaarden voor het eigendomsvoorbehoud op de juiste wijze zijn opgesteld.

Kom borgtocht, een bankgarantie of hoofdelijke aansprakelijkheid overeen

Borgtocht is een overeenkomst met een derde, de borg, waarmee wordt afgesproken dat als de klant zijn betalingsverplichtingen niet zou nakomen, u, onder bepaalde voorwaarden, de borg zou kunnen aanspreken. De borg betaalt dan in plaats van uw klant. De borg zal de betaling die hij heeft moeten voldoen dan proberen te verhalen op de klant, maar dat is dan zogezegd uw probleem niet meer.

Een bankgarantie lijkt op borgtocht, maar dan kunt u de bank aanspreken tot betaling, die dan vervolgens ook weer de klant aanspreekt tot restitutie. Dit laatste heet contragarantie.

Hoofdelijke aansprakelijkheid komt vaak voor. Denk aan een hypotheeklening die wordt verstrekt aan een echtpaar. Vrijwel altijd zal de bank eisen dat de beide echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk zijn. Hoofdelijke aansprakelijkheid wil zeggen dat meerdere personen, dat kunnen ook rechtspersonen zijn zoals een BV, ieder voor zich aanspreekbaar zijn voor de gehele betalingsplicht. Als uw klant bijvoorbeeld handelt vanuit zijn BV en u verplicht bent uw diensten aan de BV te leveren, zou kunnen worden afgesproken dat de klant zelf in privé hoofdelijk aansprakelijk is voor de betalingsplicht, zodat als de BV failliet mocht gaan of geen financiële middelen heeft, u bij de klant in privé kunt aankloppen voor betaling.

Verlang van de klant een zekerheidsrecht in de vorm van pand of hypotheek

Een pandrecht is een zekerheidsrecht. Als bijvoorbeeld een auto wordt verpand ter zekerheid voor de betaling van een factuur, en de factuur zou niet worden voldaan, kan onder bepaalde voorwaarden de auto (executoriaal) worden verkocht, zodat uit de opbrengst alsnog de factuur kan worden voldaan.

Pandrecht kan niet alleen op stoffelijke objecten worden gevestigd, zoals op een auto, sieraad, bedrijfsinventaris of een handelsvoorraad, maar ook op bijvoorbeeld de debiteurenvorderingen van uw klant. Soms gelden uitzonderingen. Het fraaie is dat een pandrecht gevestigd kan worden buiten de notaris om en ook zodanig dat uw klant de verpande zaak gewoon kan blijven gebruiken. We spreken dan van een bezitloos pandrecht.

Een hypotheekrecht kan als zekerheidsrecht op onroerend goed worden gevestigd, maar dat moet altijd via de notaris. Een hypotheekrecht is daardoor veelal meer geschikt voor grote vorderingen of als er alleen onroerend goed voorhanden is als onderpand.

Een groot voordeel van pandrecht en hypotheekrecht is dat deze rechten van kracht blijven ingeval van een faillissement van uw klant. Normaliter zullen alle goederen die eigendom zijn van uw klant onder het faillissement vallen, maar dat geldt niet voor goederen die verpand zijn of waar een hypotheek op rust. In dat geval is trouwens wel van belang om snel actie te ondernemen als uw klant failliet mocht gaan. De curator kan de pand- of hypotheekhouder een redelijke termijn geven om hun recht uit te oefenen.

Vragen?

Hebt u vragen over zekerheid voor onverhoopt niet-betalende klanten, of wilt u goede contractuele voorwaarden laten opstellen in dit kader, neemt u dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Wat is een onrechtmatige daad en wat zijn de gevolgen van zo’n daad?

Een onrechtmatige daad, wat is dat?

De term “onrechtmatige daad” hebt u vast wel eens gehoord. Maar wat is dat nu eigenlijk, een onrechtmatige daad? Dat is aan de ene kant gemakkelijk te beantwoorden en aan de andere kant ook weer niet!

In feite kan op drie manieren sprake zijn van een onrechtmatige daad: (1) als een inbreuk wordt gemaakt op andermans recht, (2) als in strijd wordt gehandeld met de wet en (3) als in strijd wordt gehandeld met de maatschappelijke zorgvuldigheid.

Voorbeelden van de eerste twee manieren waarop een onrechtmatige daad kan worden gepleegd zijn gemakkelijk te geven. Bijvoorbeeld iemand verhinderen dat hij zijn recht, bijvoorbeeld zijn eigendomsrecht, kan uitoefenen. Denk hierbij aan het aan de ketting leggen van iemands fiets, waardoor hij die fiets niet meer kan gebruiken. Een ander voorbeeld is publiekelijk, bijvoorbeeld op internet, iemands eer of goede naam aanranden. Nog een ander voorbeeld is iemand mishandelen of spullen van iemand vernielen of beschadigen. Hierbij wordt overigens ook in strijd met de wet gehandeld; er wordt zelfs een strafbaar feit gepleegd.

Een voorbeeld van de derde manier waarop een onrechtmatige daad kan worden gepleegd, dus het handelen in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid, is lastiger te geven. Het hangt heel erg van de precieze feiten en omstandigheden af en of uiteindelijk de rechter, als er een procedure wordt gestart, dat handelen ook ziet als onrechtmatig.

Uit de rechtspraak kan een aantal voorbeelden worden afgeleid van deze derde manier waarop onrechtmatig wordt gehandeld.

Bijvoorbeeld het verhuren van ondeugdelijke of gevaarlijke zaken aan consumenten, het door een gemeente niet repareren van een ondeugdelijk wegdek waardoor een gevaar voor het verkeer ontstaat, het op een oneerlijke manier concurreren met andere ondernemers, het zonder toestemming kopiëren van een logo van een andere ondernemer, het maken van misleidende reclame, het heien op een terrein waardoor schade wordt toegebracht aan aangrenzende percelen en het niet waarschuwen van andere mensen voor een groot gevaar.

Maar u kunt zich voorstellen dat er dus allerlei situaties en omstandigheden kunnen zijn die niet op voorhand kunnen worden beschreven, maar waarbij uiteindelijk sprake kan zijn van onrechtmatig handelen.

Welke mogelijkheden hebt u als tegen u of uw onderneming een onrechtmatig daad wordt gepleegd?

Als een onrechtmatige daad tegen u of uw onderneming wordt gepleegd, kunt u ten eerste schadevergoeding eisen. Als de schade niet vrijwillig wordt betaald door degene die onrechtmatig heeft gehandeld, kunt u in een procedure aan de rechter vragen om de dader te veroordelen tot betaling van schadevergoeding.

Ten tweede kan een verbod worden geëist. Als de rechter in een procedure zo’n verbod oplegt, kan hij daaraan ook een dwangsom verbinden. Dat betekent dat zo lang de onrechtmatig daad niet wordt gestopt, of iedere keer dat een onrechtmatige daad wordt gepleegd, de dader een geldbedrag aan u moet betalen. Dat kan helpen als stimulans om niet meer onrechtmatig te handelen of om daarmee te stoppen.

Hebt u altijd de hiervoor genoemde mogelijkheden als onrechtmatig wordt gehandeld?

Nee. Er moet altijd aan bepaalde vereisten worden voldaan. Zo moet hard kunnen worden gemaakt dat ook echt schade wordt geleden, of dat er schade dreigt. Als dat niet het geval is, kan uiteraard geen schadevergoeding worden geëist. De schade moet ook zijn veroorzaakt door het onrechtmatig handelen en niet door iets anders.

Daarnaast moet, zoals dat juridisch heet, de onrechtmatige daad ook aan de dader kunnen worden toegerekend. Als de dader weliswaar onrechtmatig heeft gehandeld, maar er was sprake van overmacht, of misschien zelfs van een psychische stoornis, waardoor de dader er niets aan kon doen dat hij onrechtmatig handelde, zal er ook geen aansprakelijkheid voor schade ontstaan.

Vragen?

Hebt u vragen over een onrechtmatige daad, wordt u aansprakelijk gesteld of wilt u een ander aansprakelijk stellen, neem dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw

Sinds 1 januari 2020 bestaat een nieuwe ontslaggrond, wat betekent dat voor werkgevers?

Inleiding

Er zijn diverse manieren waarop een einde kan komen aan de arbeidsovereenkomst.

In de eerste plaats kan sprake zijn van een tijdelijke arbeidsovereenkomst die afloopt en niet wordt verlengd. Als sprake was van meerdere tijdelijke arbeidsovereenkomsten en de laatste arbeidsovereenkomst is wettelijk gezien niet automatisch een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geworden, zal de laatste arbeidsovereenkomst automatisch aflopen en dan is die dus geëindigd.

In de tweede plaats kan sprake zijn van beëindiging met wederzijds goedvinden. Dit wordt ook wel een vaststellingsovereenkomst genoemd. De werkgever en werknemer spreken dan af dat per een bepaalde datum de arbeidsovereenkomst stopt. Dat mag en is rechtsgeldig. Wel heeft de wetgever bepaald dat de werknemer zo’n vaststellingsovereenkomst altijd nog gedurende twee (soms drie) weken mag ontbinden.

En dan zijn er nog diverse ontslagmogelijkheden. Ontslag wil zeggen dat de werkgever, eenzijdig, een einde maakt aan de arbeidsovereenkomst.

Zo kan ontslag op staande voet aan de orde zijn als de werknemer iets heel verkeerds heeft gedaan, zoals het plegen van een diefstal of het mishandelen van een collega. Dat noemen we een dringende reden.

Verder kan sprake zijn van ontslag nadat het UWV een ontslagvergunning heeft afgegeven. Dat kan als de werknemer langer dan 2 jaar ziek is geweest en daardoor niet heeft kunnen werken of als sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden, waardoor de functie van de werknemer is vervallen en herplaatsing binnen een bepaalde termijn niet mogelijk is.

Verder kan sprake zijn van ontslag als de werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt en de werknemer verklaart het daarmee eens te zijn (dit zal niet vaak voorkomen).

Tot slot is er nog het ontslag op een in de wet genoemde redelijke grond. Dit ontslag is mogelijk als de kantonrechter de arbeidsovereenkomst op zo’n redelijke grond ontbindt. De werkgever moet dan dus een procedure tegen de werknemer aanspannen.

Het wettelijk systeem van de redelijke gronden

Zoals gezegd heeft de wetgever uitgemaakt wat een redelijke grond (voor ontbinding) is en dat noemen we het “gesloten stelsel”. Dat wil zeggen dat een ontslag op zo’n redelijke grond alleen mogelijk is als ook echt sprake is van zo’n redelijke grond. De werkgever moet dat dus hardmaken.

In de wet staan de volgende redelijke gronden:

Het vervallen van een arbeidsplaats door bedrijfsbeëindiging of op bedrijfseconomische gronden;
Ziekte langer dan twee jaar;
Het regelmatig niet kunnen uitvoeren van de werkzaamheden door ziekte of gebreken;
Ongeschiktheid van de werknemer voor de functie;
Verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer;
Verstoorde arbeidsverhouding;
Overige omstandigheden.

Bij elk van de genoemde redelijke gronden gelden nog bepaalde eisen waaraan voldaan moet zijn wil de werkgever zich erop kunnen beroepen.

Een nieuwe grond sinds 1 januari 2020: de cumulatiegrond

Voor de meeste hiervoor genoemde redelijke gronden geldt sinds 1 januari 2020 dat ze voortaan ook gecombineerd mogen worden en dat die combinatie mag worden gebruikt als redelijke grond voor ontslag.

Is dat nieuw? Ja dat is het geval!

De wetgever heeft in 2015 de hiervoor genoemde redelijke gronden en het gesloten stelsel ingevoerd. Daarvoor gold een algemene (heel ruime) grond die de werkgever kon aanvoeren als hij de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter wilde laten ontbinden. De wetgever heeft sinds 2015 aan de werknemer meer zekerheid en bescherming willen bieden door te bepalen dat de werkgever voortaan heel precies moet aangeven welke ontslaggrond hij wil aanvoeren en ook waarom dat terecht zou zijn. De werkgever moet zelfs aantonen dat volledig (en dus niet een beetje) sprake is van zo’n ontslaggrond.

Als de werknemer in een procedure zou stellen dat geen sprake is van de ontslaggrond waarop de werkgever zich beroept, of dat niet volledig voldaan is aan zo’n grond, dan kan de kantonrechter de werkgever zelfs opdragen om te bewijzen dat wél (volledig) sprake is van die ontslaggrond. Ook kan een werkgever een ontbindingsprocedure verliezen als hij zich op de verkeerde ontslaggrond beroept. De kantonrechter gaat dus niet voor de werkgever “invullen” op welke ontslaggrond hij zich moet beroepen.

Inmiddels is het de wetgever duidelijk geworden dat dit gesloten stelsel vaak te streng is en voor werkgevers onvoldoende speelruimte geeft om in bepaalde gevallen werknemers te kunnen ontslaan. Vandaar dus de invoering van de cumulatiegrond. De werkgever kan in sommige gevallen aanvoeren dat sprake is van meerdere ontslaggronden en dat die combinatie ook al een ontslag rechtvaardigt, ook al zijn de afzonderlijke ontslaggronden op zich misschien onvoldoende om een ontslag te rechtvaardigen.

Vragen?

Hebt u vragen over ontslag, neem dan contact op met Boudewijn Advocatuur.

Boudewijn van Orsouw